Verdwenen voorwerpen

De teruggave van enkele belangrijke kerkschatten in 1822

 

Bidprentje, door emeritus-pastoor Stiels zelf opgemaakt in 1836. Hij overlijdt in 1842 in Maastricht. Bron: Paul Mols, ‘Neerse pastoors en priesters (1400-1888)’ in: Oos Naer jg. 7 nr. 25/sept. 2005.

 

 

In 1822 keren door toedoen van priester, muntkundige en kunstverzamelaar Joannes Jacobus Stiels (Bilzen 1750-Maastricht 1842) enkele sinds 1794 verdwenen kostbare objecten, waaronder het draagaltaar en de zegelsteen van Servatius, terug in onze schatkamer.

In 1794 werd Maastricht ingenomen door Franse troepen. Van het kapittel van Sint Servaas werden vier jaar later alle bezittingen geconfisqueerd. De kanunniken waren er echter toen al in geslaagd om een deel van de schatkamerinventaris, waaronder de Noodkist en de vier reliekgevels, in veiligheid te brengen. Gedurende de Franse heerschappij werd een aantal kostbare reliekhouders omgesmolten om aan de belastingverplichtingen te kunnen voldoen. De heilige relieken zelf bleven grotendeels gespaard, evenals de kerkschatten van minder kostbaar materiaal, zoals textilia en ivoorobjecten.

Vanaf 1802 werden er geleidelijk weer kerken opengesteld voor de eredienst, maar het duurde tot na 1814 (de opheffing van Maastricht als hoofdstad van het Franse departement Nedermaas) voordat er gewerkt kon worden aan het terugkrijgen van de verdwenen kerkschatten. Tegen die tijd waren enkele kanunniken overleden en de hun toevertrouwde objecten verspreid geraakt, niet zelden vanwege het feit dat de geestelijken hadden moeten onderduiken of in Franse gevangenschap waren geraakt.

Ook pastoor (te Neer) J.J. Stiels zat, vanwege zijn weigering om de eed op de Franse grondwet af te leggen, tussen 1798 en 1802 samen met zijn broer, de pastoor van Bilzen, gedwongen ondergedoken. Na zijn emeritaat in 1806 verhuisde Stiels naar Maastricht, waar hij een (te bezichtigen) oudhedenkabinet onderhield. Of hij bij het uitbreiden van zijn verzameling, al dan niet via (nazaten van) kanunniken van het Servaaskapittel, enkele belangrijke stukken uit de schatkamer verworven heeft of dat deze objecten hem eerder al toevertrouwd werden, is niet precies bekend.

                           

Detail uit hetteruggavedocument van tien reliekhouders aan de kerkfabriek van Sint Servaas in 1822. J.J. Stiels schenkt daarnaast een ‘zilveren doosje met tand en vingerlid van den heiligen Martinus’ aan de St. Martinuskerk van Wyck. Dit wordt vervolgens teruggegeven aan de Servaaskerk. Parochiearchief inv.nr. 482 (RHCL).

Onder de door emeritus-pastoor Stiels aan de schatkamer in 1822 teruggeven objecten bevinden zich, behalve het draagaltaar en de zegelsteen van Servatius, de zilveren borstbeelden van Livinus en Johannes de Doper en twee hartvormige reliekhouders.

                                

Draagaltaar en (destijds nog middels een koord daaraan bevestigde) zegel van Servatius op een  gravure uit 1873.